ELECTRONICA DOET OOK ZIJN INTREDE IN BANDENHERSTEL
OPMARS TPMS GEEFT ROBUUSTE BAND GEVOELIG KANTJE
Het 'ambachtelijke' banden herstellen is een werkje dat maar weinig geheimen kent voor de ervaren garagehouder. Toch zijn er evoluties in bandentechniek die enige voorbereiding vergen, zoals TPMS-systemen. In dit artikel gaan we hier dieper op in.
TPMS

TPMS - voluit Tyre Pressure Monitoring System - is het ingebouwde systeem om de bandenspanning van voertuigen te controleren. Omdat het systeem sinds enige tijd verplicht is bij nieuwe voertuigen, komen er stilaan meer voertuigen mét TMPS dan zonder over de vloer. Dat is maar goed ook, want bij een te lage bandenspanning van een van de banden wordt via het display meteen een signaal gegeven aan de bestuurder, die zo actie kan ondernemen om zijn banden te laten nakijken en zo nodig vervangen. Dat is niet alleen veiliger voor de klant, het zorgt ook voor minder slijtage, brandstofverbruik en CO2-uitstoot. Let wél dat TPMS niet alleen zaligmakend is om van een goede band te kunnen spreken, zoals sommige klanten weleens verkeerdelijk durven te denken. TPMS geeft enkel aan dat de bandendruk zich niet langer op het gewenste niveau bevindt. Het geeft geen enkele indicatie over waarom dat zo is, noch geeft het info over de algemene toestand van de band zoals ouderdom of profieldiepte. Het is dus zaak om de achterliggende oorzaak te achterhalen.
DIRECT OF INDIRECT
Er zijn twee toegelaten methodes om een TPMS-systeem te creëren:
- Bij indirecte systemen wordt gebruikgemaakt van reeds aanwezige sensoren uit het ESP- en/of ABS-systeem. Hiervoor wordt het toerental van de banden gemeten, en aan de hand hiervan kan ook de bandenspanning afgeleid worden. Een verhoogd toerental wijst op een te lage bandenspanning. Daarnaast worden ook trillingen opgemeten in de wielen. Een verandering van trilling is een extra indicatie van spanningsverlies. Dit is dus een onrechtstreekse meting.
- Bij directe systemen worden de bandendruk en de temperatuur rechtstreeks gemeten via sensoren die in het wiel aan het ventiel worden geplaatst of aan de binnenkant van de banden worden gevulkaniseerd. De draadloze ontvangers bevinden zich in de wielkast. De communicatie van de meetgegevens verloopt via een of meerdere antennes en wordt zo draadloos naar het display van de bestuurder gestuurd. Afhankelijk van het type display dat de autofabrikant gebruikt, krijgt de bestuurder vervolgens de bandenspanning van alle banden te zien of enkel een waarschuwing, zodra er iets dreigt mis te lopen met een van de banden.
Voordelen
Directe systemen hebben wel wat voordelen t.o.v. de indirecte systemen. Zo is de nauwkeurigheid zeer goed en ze werken ook wanneer de auto stilstaat. Omdat indirecte systemen werken op basis van toerentallen, is dit hier niet het geval. Daar staat tegenover dat de vier benodigde bandenspanningssensoren voor een direct TPMS-systeem het geheel een stuk prijziger maken. De batterij is verder beperkt in levensduur, deze moet om de 5 à 10 jaar vervangen worden. Omdat dit samen met de sensoren één geheel vormt, moeten dan vaak ook de sensoren mee vervangen worden. De ervaring leert ook dat de sensoren vaak zeer gevoelig zijn en soms een verkeerd signaal durven te geven. Als ze echt compleet de geest geven, ligt dit vooral aan corrosie en/of steenslag.
Interne en externe sensoren
Verder worden de directe systemen nog onderverdeeld in interne en externe sensoren, afhankelijk van de plaats waar ze gemonteerd worden: in de band of aan de buitenkant. Het signaal van de interne sensoren heeft het meestal wat moeilijker om overal door te raken (het rubber van de band en het metaal van de velg). Merk op dat de beide voordelen van directe systemen – accuraatheid en paraatheid – vooral voor de eigenaar van de wagen interessant zijn. Het verhaal ligt iets anders als we het vanuit het standpunt van de garagehouder bekijken.
Extra acties
Daar waar er bij de indirecte systemen op basis van ABS/EPS-systemen weinig extra actie komt kijken bij het vervangen of controleren van de band, ligt dit bij directe systemen toch iets anders. Het onderhoud, de montage en de programmering van de TPMS-sensoren vergen bijkomende kennis. Telkens als een wiel gerepareerd wordt, moet ook de TPMS-sensor gecontroleerd worden op slijtage. Als er nieuwe banden opgelegd worden, moeten de sensoren opnieuw ingelezen worden om zo een correcte meting te garanderen en de communicatie tussen voertuig en sensor weer te garanderen. Een degelijke opleiding is dus een must.
BENODIGDE UITRUSTING
Naast de extra technische bagage die vereist is, moet ook uw uitrusting aangepast zijn aan de bijkomende noden van TPMS. Gelukkig zijn er vandaag universele TPMS-sensoren die het grootste deel van de originele sensoren een op een kunnen vervangen, dat beperkt de voorraadkosten en -hoeveelheid.
We kunnen verder nog het onderscheid maken tussen de eendelige ventiel/sensorcombinatie en de tweedelige uitvoeringen waarbij de sensor losgemaakt kan worden van het ventiel. Dat heeft het voordeel dat bij het stukgaan van de sensor enkel dat deel vervangen moet worden.
Om uw klanten op een goede manier te kunnen helpen, is zowel diagnose als instelling van TPMS-sensoren een must. De grootste investeringskost is dan ook een kwalitatief toestel waarmee diagnose en programmering uitgevoerd kunnen worden.
Programmeren
Originele TPMS-sensoren zijn reeds voertuigspecifiek voorgeprogrammeerd en kunnen direct worden gemonteerd. Indien u werkt met universele sensoren, dan zijn deze niet voorgeprogrammeerd. Ze moeten dus geprogrammeerd worden volgens het type voertuig. Deze toestellen zullen de technische specificaties van het voertuig inlezen en de positie van de banden bepalen. In een tweede stap worden de gegevens van de originele sensor opgevraagd via de unieke sensor-ID. Die informatie wordt vervolgens ingezet voor de programmering van de originele sensor. Als de originele sensor niet meer beschikbaar is, kan het apparaat ook een nieuwe sensor-ID aanmaken.
Het inlezen van de nieuwe sensoren in het voertuig is afhankelijk van het merk. Het kan manueel, via een zelflerend mechanisme of via het programmeertoestel, verlopen.
Diagnose stellen
Een tweede functie van een programmeer-/ diagnosetoestel is nagaan of de sensor zijn functie wel nog naar behoren vervult. Het apparaat controleert daarom zaken als de levensduur van de sensorbatterij en de kwaliteit van de verbinding. Vandaag zijn er toestellen op de markt die zowel diagnose als programmatie aankunnen, maar de mate waarin dat mogelijk is, hangt sterk af van de prijs. Zo zijn er goedkope instapsystemen die voornamelijk voor de diagnose ingezet kunnen worden, maar voor het programmeren enkel basisfuncties kunnen uitoefenen. Bij de duurdere modellen zien we de mogelijkheid om snel en draadloos te programmeren, het aanmaken van nieuwe ID's, automatische overdracht van de gegevens naar pc, afdrukken van rapporten …
Andere toestellen
Naast een programmeer-/diagnosetoestel zijn er ook nog andere, eerder beperkte, investeringen nodig. Sensoren zijn quasi altijd gevoelige componenten, waardoor de montage omzichtig moet verlopen om geen schade te veroorzaken. Daarom zijn ventielschroevendraaiers met het juiste draaimoment bij het aanbrengen van het ventiel absoluut onontbeerlijk.
MONTAGETIPS

De gevoeligheid van sensoren zorgt ook bij de montage en het onderhoud voor enkele specifieke aandachtspunten:
- Schoonmaken doet u het best met een gewone, propere doek. Perslucht is absoluut uit den boze, net zoals reinigingsproducten. Controleer ook altijd op corrosie en andere beschadiging.
- Bij het afdrukken van de hiel van de band is het aan te raden om de afdrukkop aan de tegenovergestelde kant van het ventiel te plaatsen.
- Bij het lostrekken van de band voorzichtig zijn dat de montagekop niet te dicht bij het ventiel start.
- Bij het demontageproces wordt er beter geen pasta gebruikt, maar liever gewoon zeepsop of spray. Pasta kan de werking van de sensor bemoeilijken.
- Vermijd te allen prijze elke impact of onnodige krachtzetting op het ventiel en sensor.
- Altijd de draaimomenten in acht nemen bij de montage van pakkingbus of ventiel.
- Tot slot altijd de specifieke aanwijzingen van de fabrikant opvolgen.
Let overigens ook op met reparaties aan de wielen die in se niks met de banden te maken hebben, maar waarvoor de wielen wel gedemonteerd werden. Het zou kunnen dat de waarde niet langer correct weergegeven wordt, omdat de positie van het wiel niet meer dezelfde is.
Een tweede extra waarschuwing die we willen meegeven, is de invloed van andere toestellen op het meetsignaal. Afhankelijk van de fabrikant werkt de communicatie op de 433 MHz- of 2,4 GB-frequentie. Zeker bij die eerste zijn er een rits andere toestellen die op dezelfde frequentie werken, het gevaar is dan ook reëel dat slechte verbindingen te wijten zijn aan deze invloed.
In samenwerking met Educam,het kennis- en opleidingscentrum van de autosectoren aanverwante sectoren (www.educam.be)